Het borrelt in mijn hoofd



Het borrelt in mijn hoofd

De tijd, de eeuwigheid,

Een trein doorheen mijn lijf,

Het buldert en het dendert van oogopslag naar nachtmerrie,

Van woedebui naar dromerij,

Van altijd elders nooit hier en nu

En soms ook veel te veel

Slurp slorpt alles binnen,

Een beeld, een geur, het lawaai

Ik vrees de wereld en de vragen,

Ik hoor me vaak dubbel en kan niet vertragen

Sta ik op mijn hoofd, of is de aarde omgekeerd,

Kan een ster uitlopen en wandel ik over een zwart gat?

Word ik dan voorgoed naar binnen gezogen?

En wat als je sterft? Wie zal mij dan dragen?

Wat is eeuwigheid, maar ik heb nu geen tijd

Er wacht nog een miljoen andere vragen voor u!

Wat is zwaartekracht? Hoe snel is het licht? Hoe ziet de binnenkant van een witte bloedcel eruit?

De binnenkant van een batterij? De binnenkant van elektriciteit? De binnenkant van een lichaam? De binnenkant van bloed? De binnenkant van de binnenkant?

En is de kant die binnen vanbinnen is ook de kant die buiten van buiten is? En hoe kant binnen zich tegen buiten? En wat als buiten binnen kant? Wat dan? Wat buitent kant binnent? Binnen kan buiten? Of kan buiten ook binnen? Kan alles omgedraaid worden? Van binnen naar buiten? Dan is de kern van de aarde eigenlijk de korst.

Haha!

Saai.

Saai.

Saai.

SAAI !!!!

Ik ga vechten tegen saaiheid. Ik weet dat al, ik weet dit al. Juf? Kunnen we ook echt tijdreizen? Want Einstein ...

Wat? Ja maar, Einstein ...


Oké dan.

Ja, later. Later leer ik wel.

Later begint de tijd. 300 000 km/sec zal ik gaan. Doorheen die goeie ouwe nieuwe tijd.

Want het borrelt in mijn hoofd, het springt, het spettert en het spuit, Hersencellen, neuronen, je kent ze toch? Die draadjes en kabeltjes en cellen die met elkaar verbonden zijn. Waar ben ik ?

OOOh, in bad. Ik duik onder, ik leef in het water, ik ben een diepzeeduiker die wegzinkt in onmetelijke dipeten, op eindeloze bodems, ik strijd tegen onderwatermonsters, met mijn ongelooflijke krachten, ik hou mijn adem in ...

Wat gebeurt er met die adem? Waar gaat die heen? Waar blijft die dan? Wat doet die daar? Ik sluip verder over de bodem, daar! Een protugeers Oorlogsschip valt mij aan, met zijn ellenlange tentakels,


Scheer je weg, kwal! Kwal der kwallen! Pijnlijke kwal!

AAAAAAAAAAh!

Mamaaaaaaa!

Hij heeft me gebeten! Wat? Toch niet? Mijn fantasie? Hoe bedoel je? Maar hij was hier toch?

Leeft niet in bad? Ja, hahaha, dat is waar!

Op mijn haar wordt een toversmeersel uitgesmeereld, het schuim is een lijm waarmee ik de duikboot weer maak; de wereld in een onderzeeër,

Het eindigt niet, elders hier en nu ,

Nooit ben ik daar hier en nu

Ik heb honger!, ik heb dorst! Het vuurwerk schiet nu naar de lucht!

Papa, papa, weet je nog die dag, dat we sterren zagen vallen, in de zomermaanden,

Weg waren we, op reis, altijd op reis,

In mijn hoofd, het eindigt nooit,

De sterren in mijn hoofd,

Vallen altijd,

Vallen vallen

Het is nacht nu.

Haar adem in mijn oor. Ze slaapt,

Mijn omhelzing, mijn kleverige bedsprei,

Waarin ik me verberg voor de monsters onder

Soms ook in mijn bed. Ik hoor ze lachen, glinsteren in mijn ooghoek,

Ik ben bang. Ze gaan mij pakken. Bang pang bang.

Mama aait mijn hoofd. Ze aait en fluistert:

Sjjjjjj

Maar mijn batterij is nooit leeg, mama

Ik weet het.

Ze zucht, ik snuif, ik kuch, ik draai, ik spring op en vertel haar over de overtstromingen buiten, over de tekeningen en de robots, over de dood en de angst, over de kinderen op school...

Dat het lastig is soms. Dat ze zo wild zijn, zo gevaarlijk en zo anders,

Dat ik liever thuis zou blijven,

Bij mijn mama en Darth Vader,

Bij de clone troopers op mijn tapijt,

Bij de wereld die beweegt, dynamiseert, als een fiets die doorheen mijn hoofd ronddraait, is mijn hoofd een wiel, of een radar, loopt het over of loopt het onder, is het nu nacht in Japan of in Amerika, en waarom zijn mijn gedachten krom? Ik dwaal over mijn matras, zwevend ben ik de death star, of een planeet met hete adem, of een ijskoude planeet die geen zomers heeft, dan heb je ook geen zwembroek nodig, of geen parasol, dan kan je enkel iglo’s bouwen, en daar zit ik in


Samen met mijn rustige mama, ze slaapt, of doet maar alsof, om mij aan het slapen te krijgen, want ze weet het wel, ze kent mij goed, ze wil altijd de baas over mij spelen, zeggen wat ik moet doen, alsof ik niet zelf mijn beslissingen kan maken. Ik ben zelf groot genoeg.

Ja, ik ben zelf groot genoeg.


11 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven