Gretigheid in tijden van deprivatie




De kinderen worden balorig. Na 8 weken quarantaine, terugvallen op elkaar, geen uitstapjes naar musea, Technopolis, familie, vrienden, beginnen ze zich te verkneukelen in kattenkwaad. Vroeger hadden ze daar niet zoveel hang naar. Ze waren tevreden met het bestaande aanbod en hoefden daar geen extra spanning aan toe te voegen. Door het corona-virus is het aanbod helaas sterk afgenomen en volstaat het niet meer. Er is nood aan meer opwinding, adrenaline, kapoendoenerij en heimelijk weglopen,... alles wat hun hart sneller doet slaan en hen het zinderende gevoel geeft een spannend en avontuurlijk leven te leiden, living the fast lane. En dat gebeurt alleen wanneer ze samen zijn. Als twee tegenovergestelde polen van een magneet trekken ze elkaar aan, klitten samen, geraken in één en dezelfde roes van absurdisme, gniffelen, een drijfzandbrein en zich totaal verliezen in de ruimtetijd. 'Doldwaas' lijkt het best te verwoorden hoe zij zich op zo'n moment gedragen. Als grote mens – niet opgenomen in hun kleinekinderen-variant van een intense LSD-trip – raak ik de grip kwijt. En het gebeurt ineens, tout à coup, zonder enige aanwijzing. Is het vermoeidheid? Honger of dorst? Is er te weinig fysieke actie geweest gedurende de dag? Of heeft het te maken met dat immer aanwezige tekort aan intellectuele uitdagingen, leerhonger? Wie weet. Na het uittesten van al deze mogelijke oorzaken voor hun bijna dagelijkse uitbarstingen van 'huiselijk geweld' en zins-verbijsterende chaotische episodes van vernieling, ben ik tot de constatatie gekomen dat er geen externe oorzaak te vinden is.

Het zit 'in' hen. Als een gen. Maar de quarantaine heeft het gen doen ontwaken. Het lag nog wat te suffen, tevreden gesteld en in slaap gewiegd door het actieve leven van school, zwemmen, muziekles, op stap gaan, … maar daar is het. De balorigheid. Alle flesjes shampoo leegpompen in bad, met uiteraard ook de reinigingsmelk om mascara te verwijderen en de crèmespoeling om het haar te verzachten. Het stelen van de sandwiches, het spelen met moeders luttele juwelen, het onophoudelijk zoeken naar acties die kwaad bloed zetten, om het leven te voeden. En ze konden al vermoeiend zijn.

Bovendien lijdt mijn zoon de laatste weken steeds meer aan zijn rechtvaardigheidsobsessie, in die mate zelfs dat hij me deze week om 2 uur 's nachts meedeelde dat het eigenlijk toch oneerlijk is dat er een moeder- en vaderdag bestaat, maar geen broer- of zusdag. Gelukkig had mijn dochter enkele dagen eerder al laten weten dat we in de beste wereld leven, wat zijn stelling toch enigszins relativeerde. Maar het is niet altijd gemakkelijk voor hen, het leven leiden. Zeker mijn zoon heeft er een handje van weg om het leven in emotionele veelvuldigheid te beleven en regelmatig in parallelle universa terecht te komen, soms in verschillende tegelijk. De binnenkant van zijn hoofd lijkt dan op een eindeloze roetsjbaan met vele loops – terwijl zijn mond zijn gedachten tracht bij te benen in lange uitgesponnen verhalen, argumentaties, bedenkingen, fantasieën. Zijn verbeeldingskracht is zijn redding, denk ik soms, maar het is ook zijn valkuil. Ik zie hem er soms in wegzinken, en dan krijg ik hem er moeilijk uit. Hij leeft grotendeels in zijn hoofd, in de werelden die hij dag na dag opbouwt. Mijn dochter heeft het geluk van de rebelse soort te zijn en de onaanraakbare uit te hangen. Ze gedraagt zich als een gewiekste poes. Lief, zacht, flossend, maar met scherpe tandjes af en toe, en vooral met een volslagen eigen onafhankelijkheid. Ze wrikt zich los van moetjes, van regels, van structuren, terwijl mijn zoon zich eraan vasthoudt. Dat was vroeger al zo in het speelpark. Terwijl hij zich geborgen voelde in dat kleine vierkant, ervoer zij het als een obstakel voor haar vroegtijdige zelfstandigheid.

En nu zitten we hier, gevangen in ons huis. Gelukkig hebben we bossen in de buurt, kunnen we fietsen en houden we allemaal van wandelen. Maar het is niet voldoende. Ze worden balorig, de kinderen. Ze willen dagelijks uitbreken uit deze situatie van tekorten. Ze willen geen gekookte eieren meer, ze willen omeletten, spiegeleieren, roerei met en zonder spek, tortilla, gepocheerd ei, en dan liefst allemaal tegelijk op één groot bord, door elkaar geroerd en geteleporteerd vanuit een verre uithoek van het heelal. Dan, en alleen dan, zal de balorigheid plaatsmaken voor gretigheid. Omdat er substantie is en de mogelijkheid om het leven in te ademen en op te slokken, om zich te wentelen en onder te dompelen, om weer echt en intens vooruit te gaan met dat opgroeien, nog sneller dan voorheen, en met nog meer goesting.


Caroline De Neve (filosofe, ervaringsdeskundige HB, 2 HB-kinderen van 6 en 4 jaar oud)


IO


Begeleiding van hoogbegaafde kinderen, Merelbeke, vanaf september 2020


Individuele Begeleiding van kinderen en ouders

Groepsklassen over Literatuur, Verhalen, Filosofie, Kunst en het Heelal

Studiedagen & workshops rond hoogbegaafdheid voor leerkrachten, ouders, ...




21 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven